AI: vrijwillig of onvermijdelijk

Je kunt tegenwoordig prima zonder AI-tools zoals ChatGPT, Claude of Gemini. Maar helemaal leven zonder AI? Dat wordt een stuk lastiger. Sterker nog: de kans is groot dat je vandaag al tientallen keren AI hebt gebruikt zonder dat je het doorhad. Niet door een bewuste keuze. Niet omdat je daar bewust voor hebt gekozen, maar omdat AI stilletjes onderdeel is geworden van de producten en diensten die we iedere dag gebruiken.

Laatst zag ik een filmpje uit eind jaren ’90 voorbij komen. De eerste echte mobiele telefoon voor privégebruik was net op de markt en mensen op straat werden gevraagd of ze er één zouden aanschaffen. Veel Nederlanders vonden het maar onzin. “Mensen kunnen me toch gewoon thuis bellen?” en “En als er echt iets is, dan zoek ik wel een telefooncel.” Destijds klonk dat heel logisch! Toch zijn de telefooncellen inmiddels uit het straatbeeld verdwenen en ook de bekende ANWB-palen zijn geschiedenis. Tegenwoordig loopt bijna iedereen met een mobiele telefoon op zak.

Ik moest aan dat filmpje denken toen ik laatst met een aantal mensen over AI sprak. De één gebruikt het inmiddels voor de meest uiteenlopende dingen. Van het schrijven van een zakelijke e-mail tot het plannen van een vakantie. De ander moet er helemaal niets van hebben.

“AI is helemaal niet goed voor de wereld’,
ik ga het dan ook echt niet gebruiken!

Echter, het niet gebruiken van AI is wel een enorme uitdaging. Veel mensen hebben tegenwoordig een abonnement op een streamingdienst. Netflix, Disney+ en Spotify gebruiken AI om te voorspellen welke films, series of muziek jij waarschijnlijk leuk vindt. Of denk aan webshops die hun prijzen automatisch aanpassen op basis van vraag, aanbod, locatie of jouw surfgedrag. Misschien denk je nu: “Ja, maar dat hoort gewoon bij internet.” Dat klopt.

Maar AI gaat inmiddels veel verder dan dat. Banken gebruiken AI om miljoenen transacties te controleren op fraude. In steeds meer steden helpt AI om verkeersstromen slimmer te regelen. Pakketdiensten gebruiken AI om de snelste bezorgroutes te berekenen. En ook in de gezondheidszorg speelt AI een steeds grotere rol. Het ondersteunt artsen bijvoorbeeld bij het beoordelen van MRI-scans en röntgenfoto’s om sneller een diagnose te stellen.

Net zoals de mobiele telefoon ooit langzaam ons dagelijks leven binnenkwam, doet AI dat nu ook. Alleen gaat het nu vele malen sneller en juist dat maakt het voor veel mensen spannend. Bij een mobiele telefoon had je nog de keuze om er één te kopen. AI is anders. Ook als je er zelf niet bewust voor kiest, kom je er steeds vaker mee in aanraking. En als AI in je leven komt, dan worden vragen als privacy, impact op je werk en ook zoiets als ‘schuldvraag’ ineens belangrijk. Op deze onderwerpen kom ik op een later moment terug.

Voor nu, als je huiverig bent voor AI, typ dan eens in Google ‘Eigenlijk ben ik best bang voor AI.’ Toen ik dit zelf testte, gaf Gemini (Google AI) de reactie:

“Ik begrijp je angst heel goed, maar ik kan en zal je leven niet
binnendringen of beïnvloeden. Ik ben en blijf een computerprogramma
dat vastzit in dit chatvenster, zonder toegang tot jouw fysieke wereld.”

Meer dan dat is het ook niet, een computerprogramma. AI heeft geen hartslag, geen herinneringen, geen geur, geen pijn en geen eigen ervaringen. Hoe goed AI ook wordt in het nabootsen van menselijke emoties, het beleeft ze niet. AI kan veel taken overnemen en ons helpen slimmer en sneller te werken, maar mens zijn? Dat blijft gelukkig echt iets unieks!

En jij? Denk je na het lezen van dit verhaal nog steeds dat je geen AI gebruikt? Of ben je erachter gekomen dat AI misschien al veel langer onderdeel is van jouw dagelijks leven dan je dacht?

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *